Stacks Image 349


Oedeem



Oedeem is een vochtophoping in bepaalde delen van het lichaam, zoals benen, heupen en bovenbenen.

Hoe herken je oedeem en
Er zijn verschillende vormen van oedeem:

Veneusoedeem:
Bij veneusoedeem is er sprake van een storing in het veneuze systeem (aderen). Het oedeem ontstaat vaak in de benen (enkels) doordat de kleppen in de aderen niet goed functioneren, zoals bij spataderen en veneuze trombose. Hierdoor wordt de afvoer van bloed en vocht belemmerd. Er treedt vochtophoping op.

Lymfoedeem:
Bij lymfoedeem is de afvoer van weefselvocht beperkt vanwege een stoornis in het lymfstelsel waardoor er vocht achterblijft in de huid. Het lymfstelsel is een reinigings-en afweer-systeem,bestaande uit een netwerk van lymfvaten en lymfeknopen. De lymfvaten nemen weefselvocht op waarin eiwitten,afvalstoffen en schadelijke deeltjes zijn opgelost. Lymfoedeem is te onderscheiden in primair en secundair lymfoedeem. Primair lymfoedeem is aangeboren. Secundair lymfoedeem ontstaat vaak na een beschadiging van de lymfvaten of lymfklieren tengevolge van een operatie, radiotherapie, infectie of andere verwondingen. Het lymfsysteem functioneert onvoldoende, waardoor klachten direct of na verloop van tijd ontstaan.

Lipoedeem:
Lipoedeem betekent letterlijk vet-en vochtophoping. Hierbij is er een stoornis in de aanmaak van vetweefsel. Bovendien is de afvoer van vocht via de lymfvaten niet optimaal. er ontstaat een onderhuidse ophoping van vet en vocht. Lipoedeem komt vaak symmetrisch voor op heupen, bovenbenen, knieën en/of onderbenen. Ook kunnen de armen zijn aangedaan. Lipoedeem komt voornamelijk voor bij vrouwen, de oorzaak is onbekent. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol.



BEHANDELING
Manuele lymfdrainage (MLD):
met een zacht pompende beweging wordt het fijne lymfvatennetwerk direct onder de huid gestimuleerd.De vochtopname door de lymfvaten en de afvoer van weefselvocht worden verhoogt. Bij verharding (fibrose) van het weefsel worden speciale oedeem -en fibrosegrepen toegepast.

Intermitterende Pneumatische compressie:
Met behulp van manchetten, verbonden met een pomp, om arm of been wordt compressie toegepast. De afvoer van wefselvocht wordt hierdoor bevorderd.

Lymftaping:
Aanvullend bij oedeemtherapie. Met speciale tape, geplakt op de huid, worden de huidlagen ten opzichte van elkaar opgetild. Ook deze methode stimuleerd de afvloed van weefselvocht.

Ambulante compressietherapie:
Arm of been wordt ingezwachteld met compressiebandages.

Therapeutische elastische kousen:
Een therapeutisch elastische kous wordt aangemeten voor arm of been. Deze kous zorgt er in principe voor dat het oedeem niet meer verergerd of terugkomt. De kous kan daarnaast klachten van pijn en vermoeidheid verminderen.



Vaak moet er een combinatie van boven genoemde therapieën worden toegepast op de individuele patiënt. Dit is afhankelijk van plaats, vorm en ernst van het oedeem.

Stacks Image 362